Van groendak tot daktuin

Het begroenen van daken wint de jongste jaren alsmaar aan populariteit. Hiervoor zijn vooral milieuredenen aan te voeren. Groendaken en daktuinen verhogen de biodiversiteit in stedelijk gebied en zijn ideale plekken om CO2 te binden. Ze isoleren de onderliggende gebouwen en werken zo energiebesparend. Dat ze daarnaast mooi zijn en, wat daktuinen betreft, ook zeer aangenaam  en nuttig zijn voor de bewoners en gebruikers, is meegenomen.

Kort historisch

Daktuinen en groendaken zijn niet nieuw. Al sinds het begin van de menselijke beschaving werden opgetrokken structuren vaak voorzien van planten. Denk aan de ziggoerats van de oude beschaving van Mesopotamië, van ongeveer 4.000 v. Chr. tot circa 600 v. Chr. Die trappiramiden hadden binnenin geen ruimtes. Alle activiteiten vonden plaats op de terrassen gevormd door de verschillende niveaus van de piramide. En hierop stonden bomen en andere planten om te zorgen voor schaduw en verkoeling in de zengende zon van Babylon. En dan zijn er natuurlijk ook nog de Hangende Tuinen van Babylon, al blijft het bestaan hiervan in nevelen gehuld.

Ook de Romeinen kenden daktuinen, zoals bewezen wordt door de overblijfsels van de Villa der Mysteriën die gevonden werden in Pompeï. Hier was de daktuin een extensie van de leefruimte, net zoals dit geldt voor vele hedendaagse daktuinen. Uit de Middeleeuwen kennen we ook voorbeelden, zoals de tuin op Palazzo Picolomini (1463)in Pienza. Dit zomerverblijf van paus Pius II had een daktuin met snoeivormen en parterres, uitkijkend over het prachtige landschap van de Val D’Oria.

In de 19e eeuw werd de traditie van daktuinen nieuw leven ingeblazen door de tuinen op daken van theaters in New York City, waarvan dit van het Casino Theatre trendsettend was voor andere zoals Madison Square Gardens en Winter Gardens. In Londen zijn er nog steeds de Kensington Roof Gardens, gemaakt tussen 1936 en 1938, die jaarlijks massa’s bezoekers lokken. Kortom, een lange en rijke geschiedenis waarbij we de Noorse zodendaken, voorlopers van pure groendaken, nog even buiten beschouwing laten.

 

Noorse zodendaken

Niet alle daktuinen werden gemaakt om indruk te maken. Zodendaken – daken bedekt met grond en beplant met gras en andere planten om die aarde te stabiliseren – waren deel van het leven in Noorwegen. Zodendaken boden isolatie, verhinderden regenschade door insijpelen, voorkwamen rotting van het dak en het wortelsysteem verbond en versterkte de structuur ervan. Een laag berkenbast werd gebruikt als een verzegelend membraan, gevolgd door een laag twijgen voor drainage, dan bedekt met zoden (dus aarde met gras). Eigenlijk is er aan dit patroon niet zo veel gewijzigd voor de modernere groendaken.

 

Types

Als we vragen over een daktuin krijgen, dan moeten we eerst weten wat hieronder wordt verstaan. Er zijn namelijk nogal wat verschillende types van ‘dakbegroeiing’ mogelijk. In algemene zin kunnen we een onderverdeling maken in twee hoofdtypes: niet-beloopbare daken en beloopbare daken.

Niet-beloopbare daken of vegetatiedaken kunnen verder opgedeeld worden op verschillende manieren. Meestal gaat men hierbij uit van het type beplanting. Zo is er het sedumdak, sedum-mosdak, grasdak, kruidendak… Maar men kan ook een andere indeling hanteren, waarbij bijvoorbeeld sprake is van een overgroeid dak met planten die vanaf de grond tot op en over het dak groeien. Of men heeft het over een ecologisch dak, voorzien van een substraat en rekenend op een spontaan ontwikkelende vegetatie. Het zijn hoe dan ook steeds daken met een beperkt onderhoud en daarom is de term extensieve daktuinen waarschijnlijk de beste omschrijving.

Soortgelijke opdelingen kunnen natuurlijk ook gemaakt worden voor beloopbare daken of tuindaken. Hier zijn bijzonder veel types van beplanting mogelijk, afhankelijk van de situatie en de sterkte van het dak. Die moet hoe dan ook een stuk sterker zijn dan bij de eerste groep, omdat deze daktuinen veel intensiever zullen worden betreden én ook een zwaardere beplanting moeten kunnen dragen. We noemen ze best intensieve daktuinen, ook en vooral omdat de verzorging ervan veel meer tijd (en dus geld) vraagt. Eigenlijk kan men het onderhouden van een intensief type van daktuin perfect vergelijken met het onderhouden van een ‘normale’ tuin. Tot deze groep rekent men bepaalde vormen van grasdaken, daken met planten in pot, volledige tuinen op een dak, parkjes, expositieruimten…

De opbouw van beide types is min of meer gelijklopend, alleen zijn de individuele lagen bij een intensief type dikker, en dus zwaarder. Daarom ook komen deze vormen van daktuin enkel voor op platte of licht hellende daken. Extensieve daktuinen (of groendaken) kunnen grotere hellingsgraden aan.

Argumenten pro groendak en daktuin

Vooral in stedelijk gebied is grond schaars en duur geworden. Steden zijn dan ook dikwijls grijs en grauw, met weinig natuur. Vaak moest groen wijken voor bebouwing, al is hierin een kleine kentering te noteren de jongste jaren. Daken kunnen nieuwe natuur in de stad brengen. Dat heeft een aantal voordelen, die verder gaan dan alleen de esthetiek. Onderzoek heeft aangetoond dat het microklimaat in de steden positief wordt beïnvloed door dakbegroeiing. Ook de biodiversiteit in de stad wordt erdoor verbeterd. Verder zijn er verbeteringen in het klimaat in de woningen doordat warmte en koude worden getemperd (besparingen op de energiefactuur), wordt de regen beter want meer geleidelijk afgevoerd (ontlasting van de riolering), is er geluidsdemping én, zeker bij platte daken, is er een verbetering  van de levensduur van de daken zelf.

Al deze voordelen hangen natuurlijk nauw samen met de correcte uitvoering van de constructie en beplanting. Voor een groendak, waarbij de opslag en afvoer van het regenwater een belangrijk doel is, moet er bijvoorbeeld een voldoende grote wateropslag worden berekend. Anders is het niet meer dan een grinddak en kan er ook amper iets op groeien. Ook moet het substraat dik genoeg zijn om niet te snel alle voedingsstoffen te verliezen.

Trendy functies van een groendak

Meer recent zien we dat groendaken ook andere, meer specifieke functies gaan invullen, vooral in stedelijke omgeving. We noemen bijvoorbeeld de kweek van kruiden en/of groenten. Maar denk ook aan de bijen. Deze nuttige dieren hebben het in stedelijke omgeving vaak moeilijk om aan voedsel te geraken. Daarnaast hebben vele mensen ook onterecht een zekere angst voor hen. Beide problemen kunnen opgelost worden door het plaatsen van bijenkasten op groendaken. We zien dit dan ook meer en meer gebeuren in grootsteden.

Natuurlijk is een intensief groendak nog anders te gebruiken, namelijk net als een gewone tuin of tuinkamer. In principe kan hier zowat elke activiteit worden ingevuld. Hou echter wel steeds rekening met de belasting die deze meebrengt voor de structuur van het dak. Zorg ervoor dat de draagkracht voldoende groot is voor de gewenste functionaliteit en raadpleeg indien nodig een goede architect. Deze moet trouwens de dakconstructie goedkeuren eer de aanlag van een daktuin van welk type ook mag overwogen worden.

Platte (en andere) daken worden al geruime tijd ingeschakeld bij het oogsten van zonne-energie. Echter, recent onderzoek toont aan dat de grote hitte-uitstraling op daken, ontstaan door de opwarming bij felle zon, nadelig is voor het rendement van fotovoltaïsche zonnepanelen. Begroeiing op zulke daken werkt als een isolerende buffer en verlaagt de uitstralingstemperatuur van het dak zelf, waardoor het rendement van de zonnepanelen positief wordt beïnvloed.

Algemeen technisch

Hoewel er meerdere materialen bestaan voor het opbouwen van groendaken en daktuinen, blijven de principes en de eisen steeds dezelfde. Een eerste hiervan is de belasting en dus de gevraagde stabiliteit.

Het aanvullend te torsen gewicht door een daktuin varieert van 30 kg/m² tot 900 kg/m² en soms meer! Als er al grind op het dak ligt, mag dit gewicht afgetrokken worden. Meestal moeten we hiervoor 60 kg/m² tellen voor een plat dak. Bij nieuwbouw zal dit te torsen gewicht zelden een probleem zijn, maar bij renovatie ligt dit moeilijker.

Een tweede element is de windbelasting. Die is voornamelijk van belang wanneer er hogere planten als bomen en struiken werden gebruikt. Vaak is het noodzakelijk hiervoor een schoring of verankering in de wortelkluit te voorzien. Ook kan het nodig zijn om langs de kanten een windscherm te voorzien.

Een daktuin kan invloed hebben op de belasting door regenwater. We moeten erop letten dat de overlaten in de dakrand vooral niet te hoog zitten, zodat er zich niet te veel water verzamelt op het dak. Denk er ook aan dat, wanneer de planten niet voldoende water krijgen, de wortels gaan zoeken naar het nodige vocht. Zij kunnen zich dan gaan ontwikkelen in het waterafvoersysteem en dit gaan verstoppen. Op termijn kan dit tot overbelasting van het dak leiden, met alle gevolgen.

Men kan niet zomaar elke plant gebruiken op daken. Er is de wortelgroei die niet te diep mag gaan en zeker niet in de dakstructuur zelf mag terechtkomen. De juiste plantenkeuze én het aanbrengen van een goede wortelwerende waterdichting zijn dus noodzakelijk. Vooral voor een intensieve daktuin is dit van groot belang. Let ook op spontaan uitzaaiende bomen als berken, wilgen of andere planten met uitgebreide wortelsystemen als populieren of distels. Die gaan we natuurlijk niet willens en wetens op de daktuinen gebruiken, maar de zaden kunnen in sommige regio’s veelvuldig spontaan inzaaien. Regelmatig onderhoud is dan ook een must. Een intensieve daktuin is qua onderhoud vergelijkbaar met een klassieke tuin. Ook een grasdak moet goed onderhouden worden. Hier is het vooral opletten voor inzaai, maar ook voor brandgevaar  tijdens droogteperiodes!

Een groendak vergt een correct substraat. Zulke substraten worden beoordeeld op biologische afbreekbaarheid, vorstbestendigheid, pH-waarde, voedingswaarde, zouten en luchtporiën. Ook de korrelverdeling is een belangrijk element in de kwaliteitscontrole. Die zorgt namelijk voor de goede drainage. Nog te vaak zien we dat dit op groendaken een probleem is, wat zich uit in de verzuring van de grond en dus van mosgroei. Het substraat mag dan ook weer niet te dik zijn, om de ontwikkeling van ingewaaide grassen niet te zeer te bevorderen.

Voor daken zonder betreding wordt gerekend met een beperkte belasting van circa 100 kg over 10 m². Een dakterras, dus ontworpen als beloopbaar, is dit circa 250 kg/m².

Er is een goede technische informatie beschikbaar, gesteund op wetenschappelijk onderzoek, in TV 229 ‘Groendaken’ van WTCB (Wetenschappelijk en Technisch Centrum  voor het Bouwbedrijf), info: www.wtcb.be

Materialen

Het aanleggen van een extensief groendak is naar constructie toe het eenvoudigste. Het is relatief laag in gewicht en beperkt in onderhoud. Het verhoogt de levensverwachting van de dakdichting substantieel en het buffert het regenwater. Het is geluidsabsorberend en energiebesparend. Allemaal voordelen wanneer het correct wordt aangelegd. De opbouw begint met een watervaste folie. Deze bestaat meestal uit gewijzigd polyethyleen en moet voldoen aan FLL-normen voor wortelvastheid. Hierop komt dan een dainagemat in geotextiel. De plaatsing hiervan moet correct gebeuren om geen schade aan de dakdichting te veroorzaken. De dikte van deze drainagemat moet voldoende groot zijn. Dan komt het substraat. Hiervoor zijn meerdere types denkbaar, maar het moet voldoende waterdoorlatend zijn en genoeg mineralen en organisch materiaal bevatten voor de planten. Het moet water en voeding ook voldoende bufferen en goed groeistimulerend zijn. Het moet steeds voldoen aan de FLL richtlijnen. Hierin komen dan de planten, bijvoorbeeld een assortiment Sedum.

Bij hellende daken is het nodig een extra stabiliserende laag aan te brengen, bijvoorbeeld Geoweb. Dit is een honingraatstructuur op basis van hoge densiteit polyethyleen. Dit materiaal is bij uitstek geschikt en bedoeld voor erosiecontrole en grondstabilisatie. Het wordt onder andere ook gebruikt bij wegen en spoorwegen, keermuren en taluds. Voor groendaken met een helling vanaf 15 % is dit nodig om afschuiven van het substraat te voorkomen.

Een intensief groendak is bedoeld als extra leefruimte en/of tuin. Het gewicht is groter en vooraleer de aanleg hiervan te overwegen  moet er een grondige studie naar draagkracht van het dak uitgevoerd worden.

De opbouw loopt deels gelijklopend met die van een extensief dak. We starten opnieuw met een watervaste folie. Hierop komt dan een drainagemat met filterdoek. Deze mat is hier wel dikker dan die van een extensief dak, wegens de grotere massa van de ondergrondse structuren (lees, vooral wortels van planten) die moet gedraineerd worden. Het is tegelijk natuurlijk ook een buffering van hemelwater. Voor een bijkomende opslag van water en een goede verankering van de wortels, wordt dan een vochthoudende plaat voorzien. Daarop komt het substraat. Dit heeft dezelfde eigenschappen als dat van een extensief groendak maar is dikker (20 tot 50 cm) en geschikt voor intensieve begroeiing. Het gewicht van dit substraat is, naast dat van de planten, een belangrijk element in de berekening van de nodige draagkracht.

Beplantingsmogelijkheden

De gebruikte planten voor een extensief groendak hebben enkele eigenschappen gemeen:

  • Ze moeten onderhoudsvriendelijk zijn en dus taai, want een extensief dak is niet bedoeld voor intens gebruik en wordt slechts een paar keer per jaar bezocht om te wieden.
  • Ze moeten goed bestand zijn tegen droogte en andere weersomstandigheden zoals felle zon en wind
  • Ze moeten licht van gewicht zijn vermits een extensief groendak niet wordt berekend voor zware druk.
  • Ze moeten het hele jaar door een esthetische meerwaarde geven aan het dak.

Heel vaak wordt hiervoor Sedum gebruikt, in verschillende soorten en cultivars. Deze planten zijn relatief goedkoop en eenvoudig in onderhoud. Ze bieden het hele jaar door kleur door hun prachtige bladeren, met bovenop nog een vaak mooie bloei. Het onderhoud bestaat louter uit het verwijderen van onkruid en grassen die tussen de beplanting kunnen opkomen. In het eerste jaar gebeurt dit tot een keer of vier; later, wanneer de planten goed tot een tapijt zijn vergroeid, loopt dit sterk terug, tot uiteindelijk nog tweemaal per jaar. Verschillende firma’s bieden ook ‘matten’ aan, bestaande uit substraat + ingegroeide planten. We kunnen ook werken met zogenaamde spruiten, dus zijscheuten van Sedum, die op een substraat worden gestrooid, maar die hebben meer tijd nodig om in te groeien.  Ze brengen dus meer onderhoud met zich mee. Daarbij zullen ook de vogels graag hiertussen scharrelen, wat de ingroei zeker niet bevordert. Kortom, deze oplossing lijkt dan misschien wel goedkoper maar is dat, onderhoud en nazorg meegerekend, eigenlijk zelden. Uitzaaien zou in principe ook kunnen, maar wordt zelden gedaan, omdat het in een eerste periode bijzonder veel onderhoud vergt.

Het is natuurlijk altijd mogelijk om naast Sedum andere, interessante planten toe te voegen aan de beplanting van een extensief groendak, op voorwaarde dat ook zij voldoen aan (de meeste van) de voorwaarden. Denken we aan sommige Dianthus soorten, Thymus, Sempervivum… Er kan ook gewerkt worden met grassen, maar die vergen meer onderhoud (bijzaaien, maaien) en zijn in drogere zomers te vaak dor en dus minder mooi.

Ook bij planten voor een intensief groendak moeten we rekening houden met een aantal voorwaarden:

  • De wortels mogen niet te diep gaan, dus zeker geen soorten met penwortels.
  • De planten moeten goed tegen wind kunnen en niet te gemakkelijk uitdrogen. Dit betekent praktisch dat planten met (te) grote bladeren niet voldoen als dakbeplanting.
  • Ze moeten tegen zon kunnen, dus voor echte schaduwplanten is er zelden plaats.
  • Wintergroene planten zijn nuttig omdat ze heel het jaar door voor interesse en structuur zorgen; bodembedekkende planten hebben het voordeel dat ze het onderhoud beperken.

De keuze is eigenlijk zeer groot, en kan aangepast worden aan de speciale functie die een intensief groendak wil invullen.

 

Onderhoud

Ook een groendak heeft onderhoud nodig. De afvoer moet regelmatig gecontroleerd worden. Wieden is noodzakelijk om ongewenste ingewaaide planten tijdig te verwijderen. En vergeet niet dat planten levende wezens zijn die dus voeding vragen. Gebruik hierbij best meststoffen die hun voedingselementen langzaam en geleidelijk afgeven.

Mogelijke oorzaken van mosgroei:

  • substraat niet voldoende doorlatend
  • water loopt te traag weg
  • onvoldoende dakhelling (min. 2 %)
  • te geringe substraatdikte
  • onjuiste pH-waarde
  • te weinig voeding

 

Verplichtingen en verantwoordelijkheden

We hebben er al op gewezen: vooraleer de aanleg van een dakbegroeiing te kunnen overwegen moet er zekerheid zijn over stabiliteit en draagkracht van de constructie. Laat ook controleren op waterdichtheid, zeker bij oudere daken, om later discussie te vermijden.  Een bijkomend probleem kan zijn dat de dakbedekking en de aanleg van een groendak niet door één verantwoordelijke wordt uitgevoerd, maar dat de tuinaanlegger moet voortgaan op een bestaande dakbedekking. Bedenk dat dan in de meeste gevallen de aanlegger van het groendak verantwoordelijk gesteld zal worden bij problemen en zal opdraaien voor de vaak niet geringe kosten van herstel. Het is zijn verantwoordelijkheid wanneer er iets op de dakbedekking wordt geplaatst, niet die van de dakbedekker! Betrek vanaf het begin van het project de architect van het gebouw bij de aanleg. Hij moet weten wat er al dan niet kan.

 

Noot: meer en meer zien we de plaatsing van een dakbegroeiing boven de dakconstructie, als het ware zwevend boven het eigenlijke dak. Dit heeft als voordeel dat een lekkage sneller kan worden opgespoord en hersteld. Maar er hangt natuurlijk een bijkomend prijskaartje aan vast.

uit : Groenondernemer nr 4 / 2015