Pronte Podophyllum

Op zoek naar een echte bosplant, met mooie bladeren en bloemen en prachtige eetbare vruchten? Dan is Podophyllum beslist een goede optie.

 

Er bestaan 14 soorten in dit prachtige geslacht van vaste planten. Eén hiervan, P. peltatum, komt voor in Noord-Amerika. De andere soorten moeten we zoeken in de Himalaya en Centraal- en Zuid-China en Taiwan. Voor alle geldt dat ze een plekje verkiezen in het bos, dus in de schaduw en vochtig.

 

Algemene kenmerken

• Een belangrijk kenmerk van Podophyllum is het rizoom. Dit is geschubd en bezet met dikke, vlezige wortels en circulaire stengellittekens langs de bovenkant. Bij de meeste Aziatische soorten zijn de tussenknoopstukken (internodiën) kort; bij de Amerikaanse soort lang en dun. De eindknop (apicale knop) is beschermd door schubben (catafyten).
• De stengels zijn eenjarig, verticaal, onvertakt en glad. Ze kunnen tot 90 cm reiken maar blijven gewoonlijk lager.
• De planten bezitten per stengel 1 tot 3 bladeren, verspreid, in het bovenste deel van de stengel. Ze zijn eenvoudig, peltaat (schildvormig) of diep palmaat (handvomig) gelobd, met juveniele en volwassen vorm. Bij het ontspruiten zijn ze als een paraplu opgevouwen.
• De lobben gaan van ondiep, driehoekig, bijna gaaf langs de randen tot in een punt en diep ingesneden waarbij de randen voorzien zijn van kleine tanden, borstelharen of glad zijn.
• De bloeiwijze bestaat uit 1 tot 18 bloemen. Ze zijn eindstandig, nodaal (aan de knopen dus) of zijn ingeplant op de steel van het bovenste blad.
• De bloemen zelf zijn actinomorf (hoe de bloem ook gedraaid wordt, de twee helften zijn steeds elkaars spiegelbeeld), tweeslachtig, opstaand of hangend. De kleur is wit, crème, roze of donker roodpurper. De geur is onderscheiden maar meestal onaangenaam. Er zijn 3 tot 6 groenig getinte kelkblaadjes of met een krans binnenin gekleurd en lijkend op een kroonblad (petaloïde). Met (4)-6(-9) kroonblaadjes. De bladschijf kan heel verschillend zijn in vorm: dakpansgewijs, eirond, lancetvormig, omgekeerd eivormig (dus met grootste breedte boven de denkbeeldige middellijn) of spatelvormig met ronde of onregelmatige tip. Soms diep ingesneden. Mooi!
• Met 6 – 12 (ooit 18) meeldraden. Gewoonlijk eenzelfde aantal als, of het tweevoud van, het aantal kroonblaadjes. Ze dragen elk een duidelijke helmdraad (filament). De helmknoppen zijn rechthoekig en openen via spleten in de lengterichting (longitudinaal).
• De vrucht is een vlezige bes, geel of rood, sferisch of elliptisch van vorm. Ze hebben vaak een fruitige geur en zijn eetbaar als ze rijp zijn.

 

Een paar soorten

De in onze tuinen meest gebruikte soort is ongetwijfeld P. peltatum. Het is ook de eerste soort die men in Europa leerde kennen. In 1615 beschreef Samuel de Champlain (Franse cartograaf, ontdekkingsreiziger en stichter van Quebec) een plant die gebruikt werd door de Huronen: “Eén van hun bessen was nieuw voor ons. Het leek op een kleine citroen maar smaakte eerder als een vijg.” In 1664 werd de plant geïntroduceerd in Engeland en Frankrijk.
Er is een grote variatie in vorm en kleurschakeringen van het blad. Het kan peltaat of palmaat zijn. De bloemen staan solitair in de vork tussen twee bladstelen (zie foto). Normaal zijn ze wit, soms crème en heel zelden roze. De hoogte van de plant varieert tussen 15 en 40 cm.
Het is een typische plant voor de bosbodem, voorkomend in loofbossen vanaf zeeniveau tot 1.400 m in de Appalachen (middelgebergte in het oosten van Noord-Amerika), waar hij grote kolonies kan vormen.

 

Podophyllum versipelle is een Aziatische soort, in 1883 geïntroduceerd door B.C. Henry (niet te verwarren met de bekendere Auguste Henry). Opvallend bij deze soort zijn de rode bloemen en de zeer variabele vorm van de bladeren. Volwassen bladeren kunnen tot 40 cm groot zijn en de hoogte kan gaan tot 80 cm. De bloeiwijze telt 4 tot soms zelfs 19 bloemen, net onder het bovenste blad.

 

 

Podophyllum delavayi (soms ook aangetroffen als P. veitchii) heeft spectaculaire bloemen waarvan de kleur kan variëren van dieproze tot donkerpurper. De petalen lopen uit in een fijne punt, wat hen duidelijk onderscheidt van andere soorten. Groeit in de bergwouden (rond 1.500 m hoogte) van westelijk China, meer bepaald in Sichuan, Yunnan, zuidelijk Shaanxi en Guinzhou. Nog niet zo vaak aangeboden in cultuur, maar duidelijk een plant met tuintoekomst.

 

 

Podophyllum hexandrum is misschien wel de soort met de meest duidelijk zichtbare bloemen. Deze staan op een kort steeltje en kunnen boven het ontluikende blad uitkomen. De kleur varieert van wit tot roze tinten, in de meeste gevallen een bleek tot lichtroze. De bladeren zijn zeer variabel in vorm en tekening. Komt voor in de Himalaya, van Afghanistan tot Yunnan, noordelijk tot in Kansu en Sichuan, op hoogtes van 1.800 tot 4.500 m.

 

 

Podophyllum pleianthum is de jongste jaren, terecht, zeer populair aan het worden. Het is een imponerende plant met grote bladeren die wel tot 40 cm in diameter bereiken (we zagen al afbeeldingen van nog grotere afmetingen). De bloemen staan per 5 tot 10 samen en hebben een ballonvorm. De kleur is donker purperrood. Verspreidt zich makkelijk in de tuin. Afkomstig uit China en Taiwan op vochtige plekken onder struiken.

 

Kortom
Podophyllum zal waarschijnlijk nooit een massaproduct worden. Verkiest tuinen met voldoende schaduw van liefst loofbomen. De bladeren verschijnen vroeg in het voorjaar en zijn heel de zomer en herfst interessant door hun schakeringen in kleur en vorm. De bloemen zijn eerder een bijkomend sierelement. En als we de vruchten, merkwaardig groot voor een vaste plant en eetbaar, ook nog meetellen, dan kunnen we niet anders dan besluiten dat dit geslacht voor de fijnproevers zeer veel te bieden heeft.

 

uit : Groenondernemer nr 3 / 2014