Op de rand van winterhardheid ( Deel 2 )

 

Na de zachte winter van 2013-14 zijn we geneigd om opnieuw de wat gevoeligere planten te proberen. In dit tweede deel bekijken we enkele houtige planten die, wat vorstgevoeligheid betreft,  in sommige delen van ons land op het randje staan.

 

Eriobotrya japonica wordt ook wel aangeduid als Japanse mispel. In de Kempen zal je maar zelden de vruchten zien – wel in Oost- en West Vlaanderen bijvoorbeeld – van deze tot de Rosaceae horende struik tot boom. Beschouw haar vooral als bladplant, meer dan de moeite waard. Deze Japanse mispel heeft wintergoene, stevige leerachtige geribbelde bladeren, groen tot grijsgroen van kleur en tot 30cm lang,  met puntige tanden. Vooral bij jong blad valt de beharing aan de onderzijde op.

Bloemen worden gevormd na een warme zomer, van november tot april bij een milde winter. Ze lijken op de bloemen van een meidoorn en geuren sterk. De vruchten – volgens sommigen enkel gevormd bij aanplanting van twee exemplaren – zijn geel, rond tot peervormig en eetbaar.

In onze ervaring is de plant op de juiste plek redelijk winterhard in een normale winter.

 

 

Eucryphia x intermedia ‘Rostrevor’ is, in volle bloei, een prachtige plant. De geurende bloemen zijn wit en vallen op door de bundel goudgele meeldraden. Deze vorm groeit snel, maar vraagt in de koudere delen van ons land een beschutte plaats, waarbij de wortels beschut moeten zijn van de volle zon en de rest van de plant net volle zon verkiest.

Bloeit in de late zomer en vroege herfst. De bladeren zijn ook apart: ze kunnen enkelvoudig zijn of bestaan uit drie blaadjes, en dit op dezelfde plant.

Bijzonder mooi op de juiste plaats.

 

 

 

 

Euphorbia mellifera vormt een dicht vertakte ronde struik met grote bladeren. Het lijkt merkwaardig dat we ook bij ons houtige Euphorbia in de tuin kunnen hebben. Toch is het zo. Zet de plant op een zonnige plek met goede drainage en indien mogelijk wat beschut. Het loont de moeite. Vooral tijdens de bloeiperiode in mei, wanneer de bruine, sterk naar honing ruikende bloemen de aandacht opeisen. Maar ook als bladplant meer dan de moeite waard.

Probeer ook eens E. x pasteurii, als u hem kan vinden tenminste. Deze hybride is compacter, maar verder in alle opzichten gelijkend op E. mellifera. Zou wat beter winterhard zijn…

 

 

 

 

Garrya elliptica is vooral in zijn mannelijke vorm zeer aantrekkelijk. Op het einde van de winter, zeg

maar meestal in februari, is de plant overladen met lange, groengrijze katjes. Mooi in combinatie met het wintergroene blad. De beste vorm is waarschijnlijk ‘James Roof’. Plant best tegen een muur, die zelfs in

de schaduw mag liggen. Geschikt voor de kust en bestand tegen luschtvervuiling.

 

 

 

 

 

Hoheria ‘Glory of Amlwch’ vormt een losse, grote struik die enkel in zeer milde winters bladhoudend is. De bloemen zijn puur wit en talrijk, 3,5cm in diameter. Een hybride die ontstaan is in de tuin van

Dr. Jones in Amlwch, Angelsey. Bij ons makkelijker te vinden is H. sexstylosa ‘Stardust’. Een zeer

bloeirijke vorm met prachtige witte bloemen die mooi afsteken tegen de glanzend groene bladeren.

Compact en redelijk winterhard in de mildere streken van België.

 

 

 

 

Idesia polycarpa var. vestita is de beter winterharde vorm van deze soort. Een prachtexemplaar is te

bekijken in arboretum Het Leen te Eeklo. Je moet wel even wachten eer je kan genieten van het mooiste

kenmerk van deze in etages groeiende boom, namelijk de helder rode vruchten. Die volgen op de kleine, geelgroene bloemen in grote eindstandige pluimen. De variëteit vestita is te onderscheiden van de soort

door de lichte beharing op de onderkant van de bladeren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lagerstroemia indica heeft lilaroze bloemen. De bloemblaadjes zijn gekreukeld en staan in eindstandige

pluimen bij elkaar. Ze hebben een warme zomer en herfst nodig om optimaal open te komen.

Interessanter voor ons zijn de talrijke hybriden met L. fauriei, ontstaan in het National Arboretum, VS.

Deze hebben opvallende roodbruine bast en bestaan in vele kleuren. Ze groeien uit tot forse struiken en

zijn een aanwinst in elke tuin, als je genoeg zon en ruimte kan aanbieden.

 

 

 

Loropetalum chinense is familie van de toverhazelaar. Het is een wintergroene struik die wel wat weg

heeft van Sycopsis. De bloemen zijn wit, met lintvormige bloemblaadjes zoals bij zijn verwant,

Hamamelis. Ze verschijnen in de vroege lente. Het gekke is dat Loropetalum in deze vorm tegenwoordig nog nauwelijks te vinden is. De soort is in de handel bijna volledig vervangen door roodbladige types met rozerode bloemen. We zagen deze voor het eerst in Japan in 1990, toen ze in ons land nog niet te vinden waren. Of hoe snel een bepaalde plant opgang kan maken. De winterhardheid is redelijk beperkt, dus

enkel op een zeer beschutte plek of in een stadstuin te proberen. De struik kan in ideale omstandigheden uitgroeien tot ongeveer twee meter hoogte.

 

 

Magnolia laevifolia vinden we in de handel ook als M. danica en als Michelia yunnanesis. Het is een

wintergoene plant die soms een grote struik vormt en soms eerder boomvormig is. De witte geurende

bloemen openen in de vroege lente uit bruin behaarde knoppen. Deze plant werd als beperkt winterhard

beschouwd, maar overleefde in de Noorderkempen de strengere winters zonder enige schade. En dit

ondanks de herkomst uit zuidwest China. Het is dan ook een absolute aanader voor veelvuldiger gebruik

in onze tuinen.

 

uit : Groenondernemer nr 5/2014