Moderne vaste planten ( deel 2 )

 

Deel 2: gebruik

 

Het is niet enkel het assortiment vaste planten dat is geëvolueerd. Ook het gebruik ervan in private tuinen en openbaar groen heeft heel wat veranderingen ondergaan. Bekijken we dit even wat meer in detail.

 

De klassieke border

Als we het over vaste planten hebben, denken we direct aan een border. De echte “bloemenborder” is zeer arbeidsintensief en vinden we nog maar weinig terug in onze moderne tuincultuur. Maar de “mixed border”, populair geworden dankzij de Britse Gertrude Jekyll (1843-1932), heeft nog steeds heel wat aanhangers. Afkomstig uit Engeland werd deze vorm van “spelen met planten” ook bij ons terecht zeer populair. Maar deze border kent ook enkele praktische bezwaren. Zo worden de planten veelal gecombineerd om esthetische redenen en niet noodzakelijk omdat ze ecologisch bij elkaar horen. Zo kunnen zuurminnende planten in een ontwerp terechtkomen naast kalkminnende, worden schaduwplanten soms toch in de volle zon geplaatst en omgekeerd krijgen zonnekloppers te weinig licht omdat de buren veel te hoog worden enz. Gevolg: frequente ontgoocheling en in ieder geval veel onderhoud. Daarbij komt nog dat werken volgens esthetica tot in het recente verleden – en misschien in vele gevallen tot op de dag van vandaag – betekende dat alles groter moest zijn (dubbele bloemen, grote aberraties, albino’s in bloem en blad), en dat gezondheid, lees sterkte, minder werd onderzocht. Opnieuw aanleiding tot zorgen en ontgoocheling.

Waarom niet de intrinsieke eigenschappen van de plant centraal stellen, ook in het gebruik in de tuincultuur? Deze vraag werd gesteld en beantwoord door mensen als Mien Ruys in Nederland, Roberto Burle Mars in Brazilië en Wolfgang Oehme en James van Sweden in de VS. Later ook door pioniers als Piet Oudolf en Cassian Schmidt bijvoorbeeld. Zij introduceerden een nieuwe wijze van omgaan met planten die bekend werd als New Wave.

 

New Wave

We kunnen binnen de ruimte van deze bijdrage geen volledige beschrijving geven van alle elementen van wat men New Wave is gaan noemen. We zullen ons beperken tot de principes.

  • Werk meer volgens de wetten van de natuur.
  • Gebruik gemeenschappen van wilde planten (bijv. prairie in Noord-Amerika) als inspiratiebron.
  • Besteed aandacht aan ecologie.
  • Gebruik planten met een ‘wild’ karakter.
  • Werk met patronen die geïnspireerd worden door de natuur.
  • Heb aandacht voor en gebruik inheemse planten waar mogelijk.
  • Vermijd te veel formalisme.
  • Heb aandacht voor biodiversiteit.
  • Werk met dynamische aanplantingen waar planten zich mogen vermengen.

Praktische puntjes

Oké, dat zijn de principes van New Wave. Maar heeft deze aanpak ook praktische implicaties? Natuurlijk. Zo stelt het vragen bij de noodzaak van voorbereiding van de grond. Is toepassing van compost, turf, meststoffen altijd nodig? Volgens recent onderzoek niet altijd! Vele sierplanten hebben niet echt veel voeding nodig. Een teveel aan voeding bevordert vooral de groei van agressieve onkruidzaailingen.

Een ander punt is het aanplanten zelf. Vaak blijkt het nuttig dat de ontwerper zelf aanwezig is, of het nu de tuinaannemer is of een tuinarchitect. Want geen enkel plan kan rekening houden met onverwachte factoren die pas bij de aanplanting zelf de kop opsteken. Werken met grote planten heeft zelden een (financieel) voordeel, behalve soms in openbaar groen, omdat, eenmaal uitgeplant, kleinere vaste planten al snel hun achterstand inhalen.

Sommige vormen van New Wave, zoals prairietuinen en bloemenweiden die werden gerealiseerd door uitzaaien, kunnen extensief onderhouden worden. Het geheel wordt als eenheid behandeld en de ecologie krijgt alle kansen om een evenwicht te vinden. Het tegenovergestelde is intensief onderhoud, waarbij elke plant als individu wordt behandeld. Extensief onderhouden aanplantingen veranderen sterk met de tijd terwijl intensief onderhouden borders veel stabieler zijn, ‘op hun plaats blijven’. Moderne naturalistische aanplantingen zitten hier ergens tussenin. Vooral een goede balans tussen de soorten is van groot belang in de eerste stadia van onderhoud. Hoe extensiever het onderhoud, hoe sneller die balans kan verstoord worden ten voordele van de groeikrachtige soorten.

De beste combinaties zijn soms het resultaat van een gelukje, van de natuur die overneemt. Wees dus niet te strikt in het volgen van het oorspronkelijke plan wanneer u volgens New Wave principes tuiniert, maar laat de natuur toe. Het gaat eerder om begeleiding dan om het creëren van een keurslijf voor de tuin.

Dynamisch

Een tuin is geen schilderij of beeldhouwwerk en is dus nooit ‘af of voltooid’. We zouden zelfs de levensduur van een tuin in fasen kunnen opdelen, waarbij er uiteindelijk nood ontstaat aan volledige restauratie, lees vernieuwing. Maar hoe we omgaan met het onderhoud van een beplanting tijdens deze levensduur kunnen we wel zelf grotendeels bepalen.

Voor de private tuin is er nog een bijkomend aandachtspunt, aansluitend op de vorige bedenkingen. Als we een tuin hebben aangelegd voor een jong gezin, dan kunnen we best in gedachten houden, en dat vanaf de start, dat een gezin evolueert. De kinderen groeien op en zullen op een gegeven ogenblik de tuin niet meer gebruiken. Op dat moment verandert dus de functie van zulke tuin en is het moment daar om de tuin aan te passen. Als we daarmee bij het oorspronkelijke ontwerp al rekening hebben gehouden, zijn dergelijke ingrepen eenvoudig te realiseren. Een zandbak wordt een vijver, het gazon wordt deels ingevuld met beplanting…

Uit : Groenondernemer nr 3 / 2015