Hydrangea serrata, potentiële topper in de tuin

 

Deze boude bewering lijkt vooralsnog niet te worden gestaafd door praktische ervaring in de Belgische tuinaanleg. Het is dan ook eerder een wens, want we hebben eerlijk gezegd een beetje genoeg van al die supergrote bloeibollen en –pluimen. Hydrangea serrata passen ook veel beter in een moderne tuin, zeker als we opteren voor een natuurlijkere uitstraling.

 

“Ik denk dat H. serrata, met de haast oneindige variatie in bloemkleur en –vorm, de compacte groeiwijze en korter groeiseizoen, meer en meer gezocht zal worden en in Europese tuinen zal gaan rivaliseren met de populaire soorten zoals H. paniculata”

Maurice Foster, plantsman en Hydrangea verzamelaar en veredelaar (2010)

 

Als we hortensia’s in onze tuinen zien – eigenlijk moeten we correcter spreken over Hydrangea – is het assortiment beperkt. Naast de alomtegenwoordige ‘Annabelle’, een vorm van H. arborescens, treffen we er voornamelijk vormen aan van H. macrophylla, bollen zowel als schermen, en een aantal stilaan populairder wordende pluimhortensia’s, H. paniculata. Een gemeenschappelijk kenmerk is de grootte van de bloeiwijze. Blijkbaar houden we van groot of is het meer een kwestie van “onbekend maakt onbemind”?

Ken de concurrenten

Deze zogenaamde “concurrenten” zoals hierboven vermeld, hebben ook nadelen. Hydrangea arborescens ‘Annabelle’ is dan wel mooi in bloei en vooral na de bloei (geen roze doorkleuring), maar de planten hebben zwakke stengels die de zware bloeitrossen niet goed ondersteunen. In vele streken van België zijn de vormen van H. macrophylla geen betrouwbare bloeiers. Latere nachtvorsten – en die hebben we vaak, zeker ten oosten van de denkbeeldige lijn Antwerpen-Brussel-Charleroi – vernielen de bloeiknoppen en dus vaak ook de bloei van dat jaar, behalve bij echte doorbloeiers. Wat Hydrangea paniculata betreft: die moeten in kleine tuinen jaarlijks gesnoeid worden om ze binnen de perken te houden. Er zijn wel dwergvormen geselecteerd, maar ook die knippen we best jaarlijks bij. En de kleuren zijn beperkt tot wit en roze(-rood). Blauw kunnen we bij de pluimhortensia niet verwachten.

 

Ook tussen botanici bestaat er discussie over de status van bepaalde hortensia’s. Zo zijn er heel wat ‘tussenvormen’ die men niet direct kan plaatsen bij een typische H. macrophylla of H. serrata. Volgens sommigen zijn dit hybriden. Andere kenners zien H. serrata als de “echte” wilde soort en plaatsen H. macrophylla als ondersoort (H. serrata ssp. macrophylla), waardoor tussenvormen natuurlijk geen kruisingen kunnen zijn. Die discussie is al zeker bezig sinds 1953, toen Elizabeth McClintock haar monografie publiceerde. Zij nam H. macrophylla als echte soort en beschouwde H. serrata als een ondersoort hiervan. Maar zij zag de planten nooit in de Aziatische natuur. Anders zou zij hebben geweten dat de typische H. serrata in de bergen voorkomt, terwijl de typische H. macrophylla enkel aangetroffen wordt op plekken waar de mens actief is of was. Kortom, een onopgelost raadsel dat nog verder onderzoek (DNA e.a.) vergt.

 

Waarom Hydrangea serrata?

Wij gaan uit van de praktijk. Hydrangea serrata zijn planten uit de bossen in de bergen. En dus vragen zij in de tuin een plek in de halfschaduw en niet, zoals nog vaak geschreven wordt, in de zon. Bij voldoende vochtige bodem kunnen H. macrophylla veel beter tegen de volle zon. De twijgen van H. serrata zijn duidelijk dunner en houtiger, de bladeren taaier en kleiner. De planten hebben een uitgesproken herfstkleur, iets wat de meeste H. macrophylla ontberen. En in echte H. serrata is geen doorbloei te verwachten, al wordt hieraan gewerkt.

Hydrangea serrata zijn zeer bloeibetrouwbaar omdat ze – enkele uitzonderingen niet te na gesproken – een betere winterhardheid hebben in hun bloeiknoppen.

Keuren en kiezen

We kiezen voor vormen die in ons land te verkrijgen zijn en waarvan we met redelijke zekerheid kunnen zeggen dat het gaat om “echte” serrata-types. De bekendste is natuurlijk Bluebird, maar die gaan we hier niet opnieuw beschrijven. Andere “serrata” zijn eerder tussenvormen, zoals Blue Deckle, Preziosa en Grayswood, en die gaan we hier ook niet behandelen.

‘Hime-gaku’ betekent zoveel als “kleine schermvorm”. De plant wordt ongeveer een meter hoog en de bloeischermen bestaan uit eerder kleine steriele blauwe randbloemen rond een groep fertiele bloemetjes in het centrum van de bloeiwijze. Er is geen kleurverschil tussen beide types bloemen.

‘Mount Aso’ (ook wel Mont Aso) werd geselecteerd uit wild materiaal dat Robert en Jelena De Belder, stichters van Arboretum Kalmthout, meebrachten uit de streek van de Azo vulkaan, Kyushu, Japan. Volgens de regels van de nomenclatuur is dit dus een ongeldige naam. Hij wordt ongeveer een meter hoog en is eerder slank in groeiwijze. De schermvormige bloeiwijze is roze, zowel voor de steriele als de fertiele bloemen. Maar nog belangrijker is de herfstkleur: in goud, roodbruin en bruinrood en een plaatje! De door Esveld benoemde ‘Autumn Fire’ lijkt sterk op ‘Mount Aso’.

‘Kurenai’ blijft meestal lager dan een meter. Vooral na de eigenlijke bloei worden de bloeischermen bijzonder mooi. De randbloemen kleuren dan namelijk fel veloursrood. Deze vormen dan maandenlang een prachtig contrast met de groene bladeren.

‘Kurohime’ betekent zoveel als “donker prinsesje”. Het is een kleine plant met rijke bloei. De bloeischermen zijn individueel eerder klein, tot 10 cm in diameter, maar bezorgen de plant een bijzondere charme door hun diepe kleuren van violetblauw tot roze. Echt een plant die het mooist is wanneer hij in massa wordt aangeplant.

‘Shirofuji’ is een witte (= shiro) vorm van de berg Fuji. Zowel de randbloemen als de fertiele bloemen zijn wit. De steriele bloemen zijn daarbij ook nog eens dubbel. Ongeveer een meter hoog en zeer lang bloeiend.

‘Shirotae’ lijkt wat op de voorgaande maar is slechts half zo groot. Geef hem een beschut plekje in de tuin. Enkel voor de verzorgde tuin, want zijn competitiekracht is eerder beperkt.

Noot: het is een misverstand te denken dat bolvormige bloeiwijzen steeds bij H. macrophylla types horen. Ook bij H. serrata bestaan er cultivars met bolvormige bloeiwijze, al zijn ze minder talrijk. Een voorbeeld hiervan is ‘Belladonna’.

 

uit : Groenondernemer nr 2/2014