Buxus ( deel 2 ) – ziekte Cylindrocladium buxicola

 

Cultuur- en onderhoudspraktijken voor gezonde Buxus

 

 

2/3

Deze bijdrage is een tweede in de reeks van drie. In uw magazine nr 6/2013 behandelden we de duurzame chemische bestrijding. In deel drie volgt volgende editie het optimaal gebruik van waardplantresistentie.

 

Buxus wordt sinds een tiental jaar geconfronteerd met een blad- en twijgziekte, veroorzaakt door de schimmel Cylindrocladium buxicola (zie Deel 1 voor symptoombeschrijving). Maak kennis met goede cultuur- en onderhoudspraktijken. 

 

Cultuurmaatregelen zijn per definitie gericht op het doorbreken van de natuurlijke levenscyclus van een pathogeen. Vóór dit onderzoeksproject was er echter weinig geweten over de verspreiding, overleving en insleep van C. buxicola in tuinen en kwekerijen, en welke weersomstandigheden vereist waren voor ziekteontwikkeling. Al deze aspecten werden binnen het project onderzocht door middel van gecontroleerd experiment en praktijkstaalnames, zodat we nu betrouwbare cultuur- en onderhoudspraktijken kunnen aanbevelen voor buxus in kweek en in tuinen.

Levenscyclus C. buxicola

Verspreiding en infectie

Een aantasting door C. buxicola begint met de ontwikkeling van bruin-zwarte bladvlekken (‘bladlaesies’) en zwarte streepjes op de jonge twijgen (‘twijglaesies’). Bij hoge luchtvochtigheid en zachte temperaturen (> 14-15 °C) vormt de schimmel verspreidingssporen op vertakte sporendragers die uit laesies tevoorschijn komen via de huidmondjes. Dit kan waargenomen worden als de vorming van wit ‘poeder’ op de onderkant van aangetaste bladeren.

Het onderzoek heeft aangetoond dat deze kleverige sporen niet zomaar verspreid worden door de wind, maar regenbuien(of beregening)nodig hebben om vrij te komen. Lichte regenbuien zijn al voldoende om deze sporen binnen een plant, of naar aangrenzende planten, te verspreiden (‘directe verspreiding’). Sporen kunnen echter via afspoelingswater (plassen, waterfilms en drainagegoten) veel langere afstanden afleggen. Tijdens intense regenbuien kunnen deze sporen opspatten uit dit water (‘indirecte verspreiding’), en zo ook verspreid worden naar Buxus-planten op langere afstanden. Deze sporen kunnen gedurende verschillende dagen overleven in water, afhankelijk van de watertemperatuur. Het onderzoek heeft bovendien aangetoond dat de sporen ook via snoeien, en in mindere mate via contact met kledij of schoeisel, verspreid kunnen worden.

Deze sporen kiemen en produceren infectiedraden, die een vatbare plant binnendringen via de huidmondjes op bladeren en twijgen. Deze schimmel heeft geen verwondingen nodig om de Buxus-plant te kunnen infecteren. Wél is vrij water (‘bladnat’) noodzakelijk gedurende meerdere uren, voor het kiemen van de sporen en de hierop volgende infectie. Wanneer de bladeren of twijgen opdrogen, stopt het infectieproces. Nieuwe symptomen ontstaan 3-7 dagen na een succesvolle infectie, afhankelijk van de temperatuur, waarna opnieuw sporen gevormd kunnen worden.

STREAMER:

De schimmelsporen worden via (regen-)water, snoeien en zelfs via kledij of schoeisel verspreid.

 

Overleving en insleep

Buxus-bladeren aangetast met C. buxicola zijn erg gevoelig voor bladval. Vaak vallen aangetaste bladeren af tijdens het winterseizoen, waardoor planten er opnieuw gezond uitzien tijdens het voorjaar. De schimmel blijft echter aanwezig in de aangetaste twijgen en kan hieruit opnieuw de volledige plant aantasten. Deze twijgaantastingen zijn vaak moeilijk zichtbaar en zijn hierdoor waarschijnlijk een belangrijke bron van insleep in tuinen en kwekerijen.

Er werd bovendien aangetoond dat de schimmel gedurende meerdere groeiseizoenen kan overleven in afgevallen bladeren, door de vorming van verharde schimmelstructuren. Bij hoge luchtvochtigheid kan de schimmel opnieuw sporen produceren op deze afgevallen bladeren en via opspattend water Buxus-planten infecteren. Deze afgevallen bladeren zorgen niet alleen voor overleving van de schimmel, maar kunnen ook als vector dienen voor verspreiding: opwaaiende bladeren kunnen de pathogeen binnen en tussen tuinen en kwekerijen verspreiden.

Cultuurmaatregelen en onderhoud

Maatregelen ter voorkoming van de ontwikkeling en verspreiding van de schimmel kunnen worden uitgevoerd op een bedrijf (in container of in vollegrond), maar uiteraard ook in beplantingen in private tuinen of in openbaar groen. De uiteindelijke aanpak van de maatregelen zal echter sterk afhangen van de praktische mogelijkheden bij de uitvoering ervan.

Verhinder de verspreiding van sporen

De sporen van C. buxicola worden door regenbuien en bovenbegieting(bijv. sprinklers) verspreid. Directe verspreiding kan gedeeltelijk tegengegaan worden door meer ruimte te laten tussen individuele planten, of tussen verschillende teeltblokken of aanplantingen. Indirecte verspreiding van sporen door opspattend water kan geminimaliseerd worden door te zorgen voor een goede velddrainage, door het afdekken van open drainagegoten, of door voldoende afstand te bewaren tussen planten en (open) drainagegoten. Om opspattend water te vermijden, worden grotere en ‘dichtere’ Buxus-planten daarom best geïrrigeerd door middel van onderbegieting. Bij grotere plantmaten in pot, doch ook bij vollegrondsbeplantingen, is druppelirrigatie of aangieten aan de stambasis een zinvolle toepassing.

Vermijd bladnat staan van planten

Om het infectieproces door C. buxicola sporen te onderbreken, moet bladnat staan van planten zoveel mogelijk vermeden worden. Het gebruik van onderbegieting in plaats van bovenbegieting is hierbij uiteraard een heel effectieve maatregel. Ook hier zorgt een lagere plantdensiteit voor een voordelig effect, aangezien planten vlugger opdrogen onder deze omstandigheden. Bij de aanplant van Buxus-planten moet gezorgd worden voor een ‘luchtige’ standplaats, waardoor de planten vlug en makkelijk kunnen drogen door de wind. Vermijd daarom ‘insluiting’ door muren of door hoge hagen. Minder intense snoei zorgt voor planten met een meer open groeiwijze, en dus ook een droger microklimaat.

STRAMER:

Voorkomen van bladnat staan van Buxus onderbreekt het infectieproces door C. buxicola sporen.

 

Monitor Buxus-planten vaak en zorgvuldig

Door de ziekte in een vroeg stadium te herkennen, kan het uitbreiden van de ziekte mogelijks tegengegaan worden. In een vroeg stadium kunnen aangetaste planten(delen) vaak nog verwijderd of weggesnoeid worden, of kunnen chemische maatregelen genomen worden, voor ergere ziekteontwikkeling plaatsvindt. Bij het waarnemen van de eerste symptomen moet hierbij direct actie worden ondernomen. Wees hierbij bovendien voldoende aandachtig voor de vaak moeilijk zichtbare twijglaesies.

Bepaalde planten vereisen meer monitoring dan andere. Gevoelige cultivars (zie deel 3 van deze artikelenreeks) lopen uiteraard een hoger risico op aantasting en moeten vaker gecontroleerd worden. Ook potplanten die omvallen in de buurt van bestaande aantastingen hebben een verhoogd risico op infectie en kunnen eventueel tijdelijk in afzondering geplaatst worden. Elke plant/aanplanting die ooit symptomen heeft vertoond, wordt best blijvend gecontroleerd, ook al dateert de laatste uitbraak van meerdere groeiseizoenen geleden: de ziekte kan zich immers opnieuw verspreiden vanuit bestaande twijglaesies. Om insleep van de ziekte in (Buxus-)tuinen en kwekerijen tegen te gaan, moet binnenkomend plantmateriaal zorgvuldig gescreend worden op symptomen. Eventueel kunnen binnenkomende planten tijdelijk in afzondering gehouden worden. Indien er na een periode van gunstige klimaatomstandigheden (warme temperaturen, hoge luchtvochtigheid, intense regens/beregening) nog altijd geen symptomen worden waargenomen, kunnen deze planten als relatief veilig worden beschouwd en aangeplant worden.

Zorg voor een goede werkhygiëne

Indien u geconfronteerd wordt met aangetaste planten, wordt aangeraden om de volgende algemene regels te respecteren. Binnen een tuin of veld worden best eerst de niet-aangetaste planten gesnoeid, en pas later de planten die symptomen vertonen. Vermijd bij deze laatste bovendien zoveel mogelijk contact met kledij en schoeisel. Kwekers en professionele tuinonderhouders ontsmetten best snoeischaren, werkhandschoenen en werkschoenen/laarzen na het snoeien van aangetaste planten, om zo insleep in andere velden of tuinen te vermijden. Deze ontsmetting is minder noodzakelijk voor particuliere tuinliefhebbers die hun Buxus zelf snoeien: de sporen van C. buxicola verliezen hun infectiepotentieel na een drietal dagen op kamertemperatuur. Indien mogelijk worden aangetaste planten best gesnoeid tijdens droge periodes. Onder deze condities worden immers minder sporen geproduceerd, en zorgt de afwezigheid van bladnat overdag ervoor dat sporen moeilijker kunnen infecteren.

Aangetast snoeimateriaal of afgevallen bladeren worden best verzameld en afgevoerd, aangezien de schimmel in dit plantmateriaal kan overleven en verspreiden. Zorg er hierbij voor dat dit plantmateriaal niet opnieuw in contact kan komen met Buxus-planten, bijvoorbeeld door wegwaaien van bladeren. Gecontroleerd verbranden is hier mogelijk de meest effectieve maatregel. Er werd nog niet aangetoond dat composteren de schimmel ook effectief vernietigt. Het is daarom voorlopig niet aangeraden om gecomposteerd materiaal opnieuw te gebruiken onder Buxus-planten.

Cultuurtechniek of chemische bestrijding?

Een effectieve beheersing van C. buxicola steunt zowel op een goede cultuurtechniek als chemische bestrijding, en de haalbaarheid en het belang van de maatregelen kunnen sterk verschillen naargelang de persoonlijke achtergrond (kweker, professionele tuinonderhouder, particuliere tuinliefhebber). Het verhinderen van insleep door de hierboven beschreven voorzorgsmaatregelen moet hierbij een allereerste prioriteit zijn. Eens de ziekte aanwezig is in een tuin of kwekerij, kunnen cultuurtechnische maatregelen op zich de ontwikkeling en verspreiding van de ziekte waarschijnlijk niet verhinderen, vooral in warme periodes met zware regenval. Wel kan op die manier de ziektedruk fel verminderd worden en de verspreiding vertraagd, waardoor chemische behandelingen effectiever toegepast kunnen worden.

 

Bjorn Gehesquière, Liesbet Van Remoortere, Filip Rys, Johan Van Huylenbroeck, Kurt Heungens

 

Contactgegevens

PCS – Boomkwekerij, Filip Rys, 09 3539473 en filip.rys@pcsierteelt.be

PCS – Waarnemings- en Waarschuwingssysteem, Liesbet Van Remoortere,  09 3539470 en

waarschuwingen@pcsierteelt.be

ILVO – Gewasbescherming, Kurt Heungens, kurt.heungens@ilvo.vlaanderen.be

 

uit : Groenondernemer – nr 2 /2014