Narcissen

Het geslacht Narcissus is in de meeste tuinen zeker geen onbekende. De paasbloemen zoals ze wel genoemd worden, zijn welkome lentegasten die zorgen voor een vrolijke noot, zelfs bij die grijze dagen die in maart en april nog vaak kenmerkend zijn voor ons zeeklimaat.

 

Narcissus zou vernoemd zijn naar de Griekse mythologische figuur Narkissos. Kort samengevat is het verhaal als volgt. Deze jongeling was bijzonder knap, maar niet echt geïnteresseerd in anderen. Toen hij tijdens het jagen wilde drinken aan een vijver, werd hij verliefd op zijn eigen spiegelbeeld. Tevergeefs trachtte hij dit te omarmen en hij bleef maar proberen. Toen hij stierf – door verdrinking of verhongering is niet helemaal duidelijk – ontsproot op die plek een wondermooie bloem, onze narcis.

Of is het verhaal toch anders. Plinius de Oude (23 – 79) schrijft namelijk dat de plant werd vernoemd naar zijn narcotische eigenschappen. “Narkao” is Oud-Grieks voor “ik word gevoelloos”.

 

Veel soorten

Iedere lezer herkent een narcis in de tuin of in een vaas. En toch bestaan er heel wat verschillen tussen de soorten onderling, om van de vormen- en kleurenrijkdom van de talrijke hybriden nog niet te spreken. Daarom worden ze vaak ingedeeld in groepen, gebaseerd op de bloemvorm. In de tuin zijn vooral de poeticus-narcissen (ook wel witte narcis of dichtersnarcis genoemd) en de pseudonarcissus-vormen en hybriden (ook wel gekend als wilde narcis, gele narcis of trompetnarcis) belangrijk, maar niets belet je om ook eens te experimenteren met andere soorten. Trouwens, misschien het meest gebruikte narcisje, ‘Tête-à-Tête’, komt uit de cyclamineus-groep.

 

Kort botanisch

Narcissen zijn echte bollen, te vergelijken met een ui bijvoorbeeld. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Crocus, wat een knol is, te vergelijken met een aardappel. De zowat 30 tot 40 soorten zijn afkomstig uit Zuid-Europa en verspreid tot in West-Azië. Ze kunnen op heel wat gronden gedijen, van rotsachtig tot grazige plaatsen. Vocht is, in tegenstelling tot bij vele andere bolgewassen, niet zo’n probleem als er maar geen water blijft staan. Lichte zandgronden zijn dus prima.

 

Verzorging in de tuin

Belangrijk is dat je de bollen tijdig aanplant, dus al in september-oktober, vóór de eerste nachtvorst. Ze hebben dan alle tijd om nog wortels aan te maken. Bollen met wortels zijn goed winterhard, zonder deze kunnen ze bevriezen. Bevroren bollen zullen zich niet meer ontwikkelen en zijn dus voor de tuin verloren. Om te kunnen aanwortelen is vocht nodig. Eventueel moet je daar zelf voor zorgen. Plant voldoende diep. De ideale plantdiepte is circa tweemaal de dikte van de bol. Afhankelijk van het type bloeien ze vanaf februari-maart tot april-mei.
Narcissen zijn bolgewassen en hebben dus na de bloei tijd nodig om terug reserves aan te kweken voor het volgende jaar. Dit kan enkel wanneer ze hun bladeren hebben. Laat dus zeker zes weken na de bloei de bladeren aan de narcissen staan, ook als ze niet meer zo elegant zijn. Zorg ook dat de narcissen tijdens het voorjaar voldoende zon krijgen. Zet ze dus bijvoorbeeld onder bladverliezende struiken en bomen of in een grasveld, dat je dan natuurlijk niet mag maaien tot na de eerder genoemde rustperiode. Praktisch betekent dit dus dat een ‘wilde’ plek in de tuin zeer geschikt is, waar je het gras pas gaat maaien in de zomer.

 

In de vaas

Narcissen worden uit de tuin best geoogst zonder blad. Zo put je de bol niet uit. Afhankelijk van de ‘rijpheid’ van de bloem bedraagt de houdbaarheid op water circa 5 tot 10 dagen. De bloem wordt getrokken, dus geplukt en niet gesneden. Dat doe je net voor je de bloemen in een propere vaas met zuiver water zet. Oogst bij voorkeur wanneer de bloemen droog zijn, om risico op ontwikkeling van schimmels in de hogere temperaturen binnenshuis zo laag mogelijk te houden. Zet ze niet te warm.

Let op: narcissen slijmen. Dat maakt ze moeilijker combineerbaar met andere snijbloemen. Als je aan het water speciaal bolbloemenvoedsel toevoegt, zal dat slijmen minder snel optreden. Heb je dat niet in huis, gebruik de narcissen dan als monoboeket. Vanaf het moment dat ze op water staan zullen de narcissen snel verder openen.

 

Symboliek

De narcis staat voor zelfbehagen, ijdelheid en dood. Vaak ook voor bedrieglijkheid: de geur is aangenaam maar de narcotische eigenschappen kunnen tot de dood leiden. Dat is de negatieve kant van het verhaal. Anderzijds is de narcis de bode van de lente. Dat staat dan weer voor wedergeboorte en vruchtbaarheid. De symboliek is dus nogal dubbel. In de bijbel is de narcis een symbool van ‘leven na de dood’.
De narcis is ook een nationale bloem in Wales, net als prei. In China is de oosterse vorm van Narcissus tazetta dan weer het nationale bloemenembleem. In bloementaal is de Dichtersnarcis symbool voor eigenwaan; de Trompetnarcis staat voor onbeantwoorde liefde. Narcissen worden gegeven als symbool van nieuw begin; het zou immers niet echt commercieel zijn om de negatieve connotaties te benadrukken.
In volksgeloof wordt de narcis vaak vereenzelvigd met ongeluk, vooral dan bij houders van pluimvee. Zolang de kippen broeden, mag je geen narcissen in huis brengen want dan komen er geen kuikens.
Narcissen werden gebruikt bij de behandeling van brandwonden, ontwrichtingen en abcessen. Ze zijn ook braakopwekkend. Veel van deze oude gebruiken zijn terug te vinden in kruidenboeken, zoals die van Rembert Dodoens. Ga zelf nooit experimenteren! De bollen bevatten meerdere giftige alkaloïden en die kunnen dodelijk zijn. Tegenwoordig wordt de narcis ook ingezet bij de behandeling van Alzheimer (zie bijdrage over Sneeuwklokjes in Fence 1/2013).

 

uit : Fence – maart 2013