Hosta en de Vlaamse connectie

 

 

Hosta of hartlelie is een oude bekende in vele tuinen. Deze gemakkelijke vaste planten zijn van oorsprong te vinden in oostelijk Azië, meer bepaald in China, Korea en Japan. Maar vooral sedert de jaren zestig van de vorige eeuw is het selecteren van nieuwe vormen in de VS en in Europa uitgegroeid tot een ware rage, waardoor er nu letterlijk duizenden benoemde cultivars bestaan.

 

Een beetje geschiedenis

 

De populariteit van Hosta in onze streken begon in de eerste helft van de 19e eeuw en hebben we in grote mate te danken aan de Duitse arts Fritz Franz von Siebold. Deze avontuurlijke en complexe persoonlijkheid nam in de jaren twintig dienst in het Nederlandse leger, met de bedoeling om “wat meer van de wereld te zien”. Zo werd hij in 1823 benoemd tot arts van de Nederlandse factorij op Deshima in Japan. In die tijd was Japan voor westerlingen gesloten. De enige uitzondering hierop was de handelspost van de Nederlanders op een niervormig, kunstmatig aangelegd eilandje in de haven van Nagasaki. Dit was slechts met één brug met het vasteland verbonden en deze brug werd voortdurend door Japanse samurai bewaakt. Deshima bestaat nog steeds, maar is door de stad Nagasaki zodanig opgeslorpt dat het nog amper herkenbaar is.

Von Siebold was een geleerd man en een bijzonder goede arts, met een uitgebreide interesse in alles wat Japans is. Zo opereerde hij, een primeur, een hooggeplaatste Japanse edelman succesvol aan staar, waarmee hij in één klap een beroemdheid werd. Hij kreeg dan ook toestemming om een woning te betrekken op het vasteland en dit maakte het verzamelen natuurlijk een stuk eenvoudiger. In 1829 liep het echter behoorlijk fout. Tijdens een verplichte reis naar de shogun te Edo (nu Tokyo) verwierf hij zich van een Japans astronoom gedetailleerde kaarten van Japan. Dit was ten strengste verboden en hierop stond voor Japanners de doodstraf! Von Siebold ontliep deze ultieme bestraffing maar werd wel onmiddellijk en levenslang verbannen uit Japan. Met een schip vol schatten (porselein, andere artefacten, dieren en planten levend en dood) keerde hij terug naar de Nederlanden. Maar, daar was het oorlog! De Belgen hadden genoeg van de arrogante Nederlanders en hadden zich afgescheurd. Het gevolg was dat het schip een tijdje geblokkeerd was in Antwerpen en dat von Siebold daar een deel levende planten moest redden. Meer dan waarschijnlijk kwam een gedeelte hiervan in Gent terecht, want daar had hij goede kennissen. Het gevolg laat zich raden: een gedeelte van de planten, waaronder ook Hosta, zochten en vonden hun weg naar Belgische tuinen en kwekers. Zo is er in Arboretum Kalmthout een Hosta sieboldiana ‘Cucculata’ te vinden die via Gent, waar de toenmalige eigenaar Charles Van Geert familie had, in Antwerpen en daarna in Kalmthout terecht kwam. Zo kreeg de Hosta een Vlaamse connectie.

 

Van klein tot groot

 

Hosta is er in een veelheid van vormen. Niet alleen is het aantal botanische soorten vrij uitgebreid – iets wat samenhangt met de verspreiding over de talloze eilanden van de Japanse archipel – maar door jarenlange kweek en kruisingen is het aantal vormen haast ontelbaar. Bij de soorten is H. venusta de kleinste, met een hoogte van zo’n 5 cm. Enkele hybriden hiervan zijn nog kleiner, zoals ‘Tom Thumb’ met circa 2 cm. Veel groter is H. montana, met een bladgroep die tot 1 meter reikt en een bloeisteel die er nog een dikke halve meter bij doet. Maar in de hybriden zijn er nog grotere, zowel in bladgroep als in bloeistengel. Kortom, voor elk wat wils, van plantjes voor de rotstuin tot stevige exemplaren in de border.

Hosta is in de eerste plaats een bladplant, maer kijk toch maar eens goed naar de bloemen. Ook die zijn de moeite meer dan waard. Sommige zijn ook geurend, wat verwijst naar de invloed van de Chinese soort H. plantaginea. Deze geurende types, met bladeren die wasachtig aanvoelen, kunnen ook in volle zon gedijen. De blauwbladige vormen verkiezen over het algemeen een plek in halfschaduw tot schaduw. In volle schaduw krijgen de planten minder bladeren en bloeien ze amper, maar de individuele bladeren zijn vaak groter dan bij meer zon.

Het beste wat je kan doen is gewoon naar een specialist kweker gaan en ter plekke kiezen wat je mooi vindt. Naar verzorging toe is de Hosta zeer gemakkelijk, alleen de naaktslakken blijven een groot probleem. Een echte oplossing hiervoor is er niet. Wanneer je slechts een paar planten in de tuin hebt, kan je deze beschermen door ze op te sluiten binnen een ring koperband. (te koop in goede tuincentra en via het internet). Koper schrikt de slakken af en ze gaan naar de buren. Als alternatief kan je ze natuurlijk ook wegvangen, maar simpel is dat ook weer niet. Heb je planten inpot, dan kan je de bovenrand insmeren met vasiline. Slakken geraken hier niet over.

 

Ook eetbaar

 

In bepaalde streken in Korea worden Hosta als groenten verhandeld. Het gaat dan om een groenbladige, snelgroeiende vorm,  waarschijnlijk H. x undulata ‘Erromena’. De smaak wordt omschreven als gelijkende op prei, maar slijmeriger. Niet direct iets voor ons pallet, denken we zo. Ook de bloemen kunnen gegeten worden, zeker de witte bloemen van geurende hybriden. Deze smaken rauw naar sla, met een vleugje noten en een aromatische toets die verwijst naar de geur. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat je er kilo’s van eet, maar om eens te snoepen verwijder je alle groene delen, de stampers en de meeldraden en hou je dus enkel de kroon over. Smakelijk.

 

Uit : Fence – mei 2015