De Apothekersroos


Rosa gallica ‘Officinalis’ is de officiële naam voor deze roos, die van oudsher zeer gewaardeerd werd  omwille van de medicinale eigenschappen. Tegenwoordig is het eerder een liefhebbersplant geworden.

A rose is a rose is a rose

Vraag aan iemand wat een roos is, en je krijgt steeds een antwoord. Of dit een correct en zinnig antwoord is, valt af te wachten, maar iedereen lijkt te weten wat een roos is. Dat is eigenlijk verbazend, want zo gemakkelijk is het niet om de bloem te definiëren. Er zijn vele vormen en kleuren, ze kan enkel zijn of gevuld, geurend of niet, enz. De plant kan over de grond kruipen of hoog klimmen in een oude appelaar, tot struik uitgroeien of ijl windend. Kortom, de roos bestaat in vele vormen.

Dat toch iedereen denkt een roos te kunnen herkennen, komt doordat we van oudsher deze bloem tegenkomen in allerlei uitingen van kunst en cultuur. Denk maar aan de talloze gedichten, schilderijen, boeken… waar de roos symbool is voor liefde en soms ook voor strijd. Zo wordt de roos waar we het hier over willen hebben ook aangeduid als Red Rose of Lancaster. Ze werd symbool van het Huis van Lancaster tijdens de Wars of the Roses tegen het Huis van York in Engeland van 1455 tot 1485.

Rosa gallica

De geschiedenis van vele rozen is onduidelijk. Zo weet men ook niet precies hoe het zit met dit type, maar de meeste kenners zijn het erover eens dat R. gallica de oudste tuinroos is en mede aan de basis heeft gestaan van andere oude groepen. De afkomst wordt gezocht in Zuid-Europa.

Deze roos werd dan ook geroemd om de medicinale eigenschappen. De naam kreeg deze vorm pas later, nadat de plant in Europa bekend werd. De oorsprong wordt gezocht in de gebieden rond de Middellandse Zee en al ten tijde van de Oude Romeinen was ze gekend. Wanneer ze precies bij ons is gekomen, valt niet meer te achterhalen. We zien wel een roos op elk plan van elke oude kruidentuin, zoals op het oudste gekende plan van een kloostertuin, dat van het Zwitserse Sankt Gallen uit de negende eeuw. Maar of dit altijd deze roos betreft is niet helemaal zeker. Die kloostertuin, trouwens, staat sinds 1983 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Geurend charmant

De bloem van de apothekersroos is half gevuld, dus met meer dan één krans bloemblaadjes. Ze geurt aangenaam en heeft een lichtrode kleur. De goudgele meeldraden zorgen voor extra charme. Het donkergroene blad staat op een laag vertakkende struik. Als je een struik hebt op eigen wortels, zullen er regelmatig uitlopers ontstaan, waardoor ‘Officinalis’ een plant is die ook voor vakbeplanting kan worden ingezet. Op een onderstam gezet, wordt de plant ongeveer 1,5 meter breed en 1,2 meter hoog.

Deze roos is geen doorbloeier. Zij doet het dus met één bloeiperiode per jaar, in juni-juli. Voordeel hiervan is dat er ook bottels worden gevormd in het najaar. Een struik beladen met bottels is een even grote schoonheid als een bloeiend exemplaar.

Nuttige plant

Een decreet uitgevaardigd door Karel de Grote (Capitulare de villis, 795), verplichtte kloosters om geneeskrachtige kruiden te gaan kweken. Hij somt een lijst op van planten die in elke kruidentuin zouden moeten staan. De roos is daar één van. Zoals al gezegd staat de plant op de oudste nog teruggevonden plannen van een middeleeuwse kruidentuin, (Sankt-Gallen, derde decennium van de 9de eeuw) en in het bekende gedicht van Walafried Strabo (Hortulus, 827), abt van het klooster van het Duitse kloostereiland Reichenau gelegen in het Bodenmeer, komt de plant ook aan bod. Planten die in de kloostertuinen gekweekt werden omwille van hun geneeskrachtige eigenschappen kregen allemaal de toevoeging Officinalis, verwijzend naar de “officina”, het kabinet van het klooster waar de medicijnen werden gemaakt en bewaard.

De eigenschappen die aan de roos toegeschreven werden en worden zijn talrijk. Maar de tijd dat deze roos werkelijk voor alles en nog wat werd gebruikt, ligt achter ons. Tegenwoordig zijn vooral de laxerende eigenschappen belangrijk. Verder wordt Rosa gallica ook aangeraden voor vaginale douches en het reinigen van vermoeide en pijnlijke ogen. Het rozenwater helpt bij een vette huid of om een gevoelige of ontstoken huid te “kalmeren”. De meeste recepten waarin Rosa gallica expliciet wordt vermeld, zijn voor uitwendige toepassing. Voor andere toepassingen worden ook andere rozensoorten genoemd. Zo is het algemeen geweten dat rozenbottels – en dat is waar voor meerdere soorten, zoals R. canina en R. villosa bijvoorbeeld – rijk zijn aan vitamine C. Iets wat menig lezer zich nog wel zal herinneren uit zijn/haar kindertijd (Roosvicee e.a.).

uit: Fence – juni 2013