Magnolia – Beverboom


Voor er bladeren aan de Magnolia’s komen, produceren ze grote, sierlijke bloemen, soms met een heerlijke geur; de voorbode van de lente. De naam Magnolia werd in 1703 officieel aan dit plantengeslacht gegeven om de Franse plantkundige Pierre Magnol te eren, maar de soorten afkomstig van China waren al veel langer gekend en beschreven. Magnolia denudata en Magnolia liliiflora werden meer dan duizend jaar geleden als tempelboom in heel Azië verspreid door boeddhistische monniken. Het geslacht Magnolia is in Europa niet inheems.

Magnolia stellata


Later werden ook soorten uit Noord-Amerika ingevoerd. In de tuinbouw ontstonden al gauw hybriden tussen soorten uit verschillende continenten.


In de biologie is een hybride, kruising of bastaard het resultaat van geslachtelijke voortplanting van twee verschillende types planten of dieren. De ouders van de kruising moeten herkenbare eenheden zijn: twee erkende soorten, ondersoorten, variëteiten, cultivars, rassen. Momenteel zijn ongeveer driehonderd soorten magnolia’s beschreven.


Er werd geselecteerd op bloemkleur, bloeitijd en vorm van de plant. Tegenwoordig zijn er tientallen selecties verkrijgbaar in de tuinhandel. De meeste magnolia’s houden van een humusrijke en vruchtbare bodem. Ze passen in een stadstuintje, zoals bv: Magnolia stellata (stermagnolia).


De magnoliabloem heeft geen afzonderlijke kelk- en kroonbladeren. Samen met de meeldraden en de vruchtbeginsels staan de bloemdekbladeren per zes spiraalvormig gerangschikt op de kegelvormige bloemas.

Magnolia soulangeana


Buiten een paar uitzonderingen zijn de bloemen tweeslachtig. Op een bloem staan zowel mannelijke als vrouwelijke voortplantingsorganen.

De bloembouw van magnolia’s komt overeen met die van de oudst bekende fossiele bloemen. Dit duidt erop dat de magnolia tot een van de eerste bloemplanten behoort. Fossiele vondsten van soorten uit het geslacht Magnolia of een onmiddellijke voorloper daarvan, zijn gemeld uit het Boven-Krijt (+/- honderd miljoen jaar geleden). Men zegt wel eens dat de plant “een levend fossiel” is.


Circa 1820 kwam de eerste mensgestuurde kruising tot stand bij Etienne Soulange-Boudin in Fromont nabij Parijs: Magnolia x soulangeana. Deze kruising ontstond uit de soorten Magnolia denudata en Magnolia liliiflora. Deze kruising houdt doorgaans het midden tussen de ouders, met bloemen die aan de basis paars, rood of roos en naar de top toe wit zijn. Magnolia × soulangeana wordt veel groter dan Magnolia liliiflora en bloeit later dan Magnolia denudata. Deze kruising is met afstand de meest aangeplante magnolia in Europa en grote delen van Noord-Amerika.

Ook nu nog wordt door magnolialiefhebbers naarstig gezocht naar nieuwe cultivars. De aandacht gaat vooral naar de kleuren geel en bordeau. De gele bloeien later en zijn daarom minder onderhevig aan plotse nachtvorst. De rode hebben nog een late nazomerbloei.