Fagus – Beuk

De naam Fagus is afgeleid van het Griekse woord “phagein”. Dit betekent “eten” en heeft betrekking op de eetbare bladeren en vruchten. Uit de beukennootjes kan men olie persen voor de bereiding van zeep, vroeger als lampenolie gebruikt.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is beuk-1200x1600.jpeg

Fagus komt van nature voor in Europa en kan een aanzienlijke leeftijd bereiken. Op verschillende plaatsen worden hiervan monumentale bomen aangetroffen. Een oude beukenlaan met zware zuilvormige stammen gelijkt sterk op de pilaren in Gotische kathedralen.

Fagus leent zich ook prima als haagplant. In deze vorm is de plant vooral in de winter herkenbaar aan het verdorde blad dat tot in de lente aanblijft. In de botanische schatkamer is nog steeds een zeer oude haag te bewonderen. Weliswaar eentje waar de laatste vijftig jaar geen snoeischaar meer aan te pas kwam. Het lijken grillige bomen op een rij waarvan de takken de grond raken.

Fagus sylvatica of de gewone beuk heeft een gladde en grijze schors. Oude bast kan beschadigd worden bij blootstelling aan felle zon wat zonnebrand veroorzaakt waardoor de boom fel zal verzwakken en daardoor ten dode is opgeschreven. Zijn kroon is zo efficiënt in het opvangen en gebruiken van het licht, dat een beuk kan opgroeien onder andere bomen, maar vrijwel geen andere boom kan onder een beuk op groeien, zodat bossen op lichte gronden ten slotte beukenbossen worden met schaarse ondergroei.