ERICA —– DOPHEIDE


Dit geslacht ERICA omvat dwergstruiken tot kleine boompjes, die bijna het ganse jaar een bloeien mits de juiste variëteiten zijn bijeengebracht. Ze hebben een zure, niet te droge standplaats in volle zon nodig. Je snoeit ze best na de bloeiperiode.
Op de foto: Aanleg van de “heidetuin” in januari 2020. Naast heidesoorten heeft men hier dankbaar gebruik gemaakt van de reeds aanwezige hoge witte berken en enkele jeneverstruiken (Juniperus) . Bijkomend wordt de structuur in de hoogte nog versterkt door mammoetbomen (Sequoia) in dwergvorm en in treurvorm (pendula). Nu zijn ze nog klein, maar het zijn snelle groeiers.
Het aantal soorten, variëteiten en cultivars is uitgebreid … maar geniet van de kleuren en de geuren.

In onze kempische natuurreservaten komt de gewone dophei (Erica tetralix) nog voor: opgaand, later vaak liggend struikje tot 40 cm, met lichtmauve tot mauveroze, urnvormige bloemen in eindstandige, naar één zijde gerichte schermpjes. Algemene verspreiding: West-Europa, van Centraal Spanje tot Finland. Meestal in combinatie met een andere heide: struikheide (Caluna vulgaris). DE HEIDE is een oud cultuurlandschap dat enkel kan bestaan door menselijke invloeden, beheer door maaien of schapen.