CYCLAMEN


Cyclamen vormen een geslacht met karakteristieke bladeren en bloemen. Uit afgeplatte knollen verschijnen in het voorjaar reeds hartvormige grijs- tot blauwgroene bladeren met vaak een zilvergrijze tekening. Op elke steel staat een naar beneden kijkende bloem met teruggeslagen bloemblaadjes. Zeer beschikt voor verwildering. Cyclamen zijn toe te passen in een bosachtige omgeving of onder grote struiken. Ook in onze plantentuin is met dit gegeven dankbaar gebruik gemaakt om het bos in het voorjaar op te fleuren.
De meeste ervan zijn afkomstig uit het Middellandse Zeegebied, waar zij meestal groeien in bossen op droge grond in bergachtige streken. De grootste concentratie aan soorten vindt men in Klein-Azië. Cyclamen purpurascens komt voor tot in Centraal-Europa. Cyclamen somalense groeit in Noordoost-Somalië.

Het woord Cyclamen komt uit het Oud-Grieks en betekent cirkel of schietschijf. In het Nederlands heet de plant cyclamen of cyclaam, welk laatste woord waarschijnlijk is voortgekomen uit correctie omdat men vond dat cyclamen in Het Nederlands klinkt als meervoud.
De doosvrucht rijpt op de grond. Eens rijp komen er 2 mm grote zaden die bedekt zijn met een suikerachtig slijm, waar mieren dol op zijn. Ze dragen de zaadjes mee en laten ze na een grondige ‘schoonmaak’ achter… en doen zo het nodige zaaiwerk.