Cornus kousa – Chinese of Japanse Kornoelje

De Cornus is gekend als winterbloeier. Van dit geslacht Cornus zijn meer dan zestig soorten bekend, waarbij de grootste verschillen zitten in de kleur van de bloemen en de takken.
Daar de inheemse vertegenwoordigers van Cornus minder grote en opvallende bloemen hebben zijn de vertegenwoordigers uit China en Japan zeer uitbundig in bloei: ideaal om onze tuinen mee op te vrolijken.
De Japanse kornoelje, Cornus kousa, is een buitenbeentje in het assortiment van kornoeljes. De naam is niet echt ingeburgerd in ons land, we zien hem hier en daar opduiken in privétuinen en openbaar plantsoen. De Cornus kousa is vrij teer en gevoelig voor de juiste omstandigheden. Als hij goed aanslaat, is het echter een prachtige struik. Hij bloeit in mei uitbundig met witte bloemen. De eigenlijke bloem van de Cornus kousa is een wit knopje met er omheen vier grote witte schutbladeren.

Cornus kousa, ook wel Chinese kornoelje genoemd is een middelgrote bladverliezende struik, die in zijn jonge jaren vaasvormig groeit en later eerder rond en horizontaal uitgroeit. De bladeren zijn glanzend, puntig ovaal en groen in de lente en zomer om in de herfst fraai bronskleurig tot rood te verkleuren.

Cornus kousa ‘ Venus ‘

Cornus kousa “Venus” is een regelrechte f1 hybride tussen de Cornus kousa ‘chinensis’ en de Cornus nuttallii, resultaat van vele jaren onderzoek. Het resultaat is een middelgrote ziekteresistente kornoelje met groengele bloempjes en zeer grote prachtige roomwitte schutbladen. Deze cornus is bijzonder rijkbloeiend. In de herfst volgen mooie litchi-achtige vruchtjes.

Het is niet nodig om deze plant te snoeien daar hij een zeer mooie natuurlijke structuur heeft. Dood hout mag wel verwijderd worden en dit best in de winter, dan ziet men duidelijk waar men moet knippen.

Kornoeljes zijn prachtige heesters die ruimte nodig hebben om tot hun recht te komen. Het Latijnse Cornus betekent hoorn en verwijst naar de vorm van de takken in de winter. De takken zijn overigens erg stevig en duurzaam. Dit was al langer bekend.

Sinds de laatste ijstijd meer dan tienduizend jaar geleden, meer bepaald in het Mesolithicum gebruikte de prehistorische mens de buigzame takken van de kornoelje om vissenvallen te maken. Het hardhout werd gebruikt voor speren, pijlen en een type dolk, dag of dogger in het Deens. Ook wordt de kornoelje in Engelstalige landen dogwood genoemd.