Azalea

De tuinazalea’s behoren tot het geslacht Rhododendron en de familie van de ERICACEAE (heidefamilie). In vroegere tijden werd Azalea als een apart geslacht beschouwd met zes soorten. De naam azalea is in het dagelijks spraakgebruik blijven bestaan. Taxonomisch gezien heeft de term geen eenduidige betekenis: er zijn twee ondergeslachten waarvan de planten met de naam azalea worden betiteld: Tsutsusi, de zogenaamde Japanse azalea’s of groenblijvende azalea’s en Pentanthera, de zogenaamde bladverliezende azalea’s.

De azalea is een echte tuinplant. Door zijn grote verscheidenheid aan soorten en brede waaier aan kleuren is hij ideaal te gebruiken als solitaire plant in de tuin. Hij kan in het voorjaar en vanaf september in de tuin gepland worden, zolang er maar geen hardnekkige vorst optreedt.

Gentse harde Azalea


De Gentse Azalea (Azalea mortierina) komt oorspronkelijk uit China, Taiwan en Japan en werd voor het eerst naar ons land gebracht door de Gentse hovenier Judocus Huytens in 1774. De bloemenhandel en sierteelt in het Gentse waren op dat moment in volle ontwikkeling. Zo werd in 1808 de Maatschappij voor Landbouw en Kruidkunde opgericht, wat de basis vormde voor de ondertussen welbekende Gentse Floraliën.
Kenmerkend voor de Harde Gentse is de lange bloembuis. Ze is ‘hard’, omdat de bladverliezende azalea winterhard is. De bloemen zijn ook welriekend. In vergelijking met recentere azalea’s heeft de Harde Gentse eerder een kleine bloem. Rond 1800 was de plant enorm populair, maar in het begin van de twintigste eeuw werd de Harde Gentse geleidelijk aan verdrongen door nieuwe varianten en kruisingen. Het kwam zelfs zo ver dat er rond 1990 nog maar enkele tientallen cultivars waren. Maar door de hernieuwde interesse en het vele speurwerk zijn er ondertussen weer heel wat nieuwe Harde Gentse azalea’s ontdekt.

Hoe komt het dat de azalea net in Gent zo’n succes werd? Simpel: de stad was de ideale voedingsbodem voor de teelt van de Azalea. De nabijheid van de stad en de goede infrastructuur waren een pluspunt. Ook het klimaat, de bodem en het water zijn belangrijk voor de ontwikkeling van de teelt. En wat bleek, het gematigde zeeklimaat was uiterst geschikt voor de productie van Azalea’s. Azalea’s worden ten slotte vooral geteeld in een substraat van naald – en bosgrond.

Azalea


De Vereniging van Vlaamse Azaleatelers die in 2001 tot stand kwam, ijverde op haar beurt voor een oorsprongslabel voor de ‘Gentse Azalea’. Op 12 april 2010 was het zover en kreeg de Gentse Azalea als eerste Europese sierteeltproduct een beschermde geografische aanduiding. Enkel Azalea’s die aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen en geteeld zijn in Oost-Vlaanderen zullen als ‘Gentse Azalea’ verkocht worden.

Een bepaalde teler in Laarne verzamelde in zijn tuin zo’n 125 verschillende soorten azalea’s. Maar daar bleef het niet bij. Hij heeft ook van zijn tuin een mini-arboretum van anderhalve hectare gemaakt met een 500 verschillende struiken, bomen en planten.